Risicofactoren

Risicofactoren ontwikkeling overgewicht en obesita

Er zijn tenminste 97 genen bekend die te maken hebben met het ontwikkelen van overgewicht en obesitas. Hoe zij precies bijdragen aan de ontwikkeling is nog niet helemaal duidelijk. Dat deze genen een rol spelen staat in ieder geval vast. In de meeste gevallen waarbij obesitas niet het gevolg is van de afwijking van één gen of een chromosoomafwijking, spelen ook andere risicofactoren een rol.

Overgewicht en obesitas komt vaak meer voor binnen een bepaalde groep. Bijvoorbeeld binnen de directe groepen van familie en/of vrienden. Dit komt door het feit dat we dezelfde eet- en beweeggewoonten ontwikkelen. Ongemerkt passen wij ons aan de gewoonten van onze sociale omgeving aan. Hoe meer tijd wij met elkaar doorbrengen, hoe meer wij van elkaar overnemen.

Als je niet erg actief bent verbrand je minder calorieën en is het mogelijk dat je ongemerkt te veel eet. Medische problemen zoals artrose of reuma bemoeilijken de beweging, wat natuurlijk weer bijdraagt aan gewichtstoename.

Een calorierijk dieet met weinig groente en fruit draagt bij aan overgewicht en obesitas. Zeker wanneer je veel frisdrank of andere energierijke dranken zoals milkshakes of alcohol drinkt. Het regelmatig eten van fastfood of snacks zorgt uiteraard ook voor gewichtstoename.

Bij sommige mensen is obesitas het gevolg van een medische afwijking, zoals bij bijvoorbeeld het Prader-Willi syndroom of het syndroom van Cushing. Ook andere medische problemen zoals een tumor in de hersens, een hersentrauma of bij- of schildklierproblemen kunnen resulteren in de ontwikkeling van overgewicht of obesitas.

Meer informatie kun je vinden bij de ‘Oorzaken van obesitas

Psychische factoren kunnen ook zeker een rol spelen bij de ontwikkeling van overgewicht. Het kan daarbij gaan om overmatig eten uit gevoelens van bijvoorbeeld:

  • Verveling
  • Verdriet
  • Angst
  • Depressie
  • Een emotionele reactie waar veel mensen bijna dagelijks mee te maken hebben is stress. Stress kan de eetlust op verschillende manieren beïnvloeden. De duur, het type en de ernst van de stresssituatie, maar ook omgevingsfactoren spelen hierbij een rol.
  • Bij alledaagse, acute stress komen er stresshormonen vrij. In de eerste fase van stress heeft dit een eetlustremmende werking door het hormoon CRH (Corticotropin-releasing hormone.) Vervolgens wordt het hormoon cortisol vrijgemaakt. Cortisol stimuleert de aanmaak van glucose en de vetverbranding. Het zorgt ervoor dat het lichaam weer extra energie krijgt. Energie die hard nodig is bij stressvolle situaties. Als de acute stress afneemt dan zorgt het achterblijvende cortisol ervoor dat je eetlust wordt gestimuleerd, zodat je lichaam energie opslaat voor een nieuwe stresssituatie.
  • Omdat veel stresssituaties in de huidige samenleving niet alleen fysiek maar vaker psychologisch van aard zijn, gebruiken we deze vrijgemaakte energie niet en slaan we deze op.
  • Chronische stress zorgt ervoor dat er langdurig stresshormonen in het lichaam aanwezig zijn waardoor de eetlust bevorderd wordt. Naarmate we meer eten, maken we meer insuline aan. Langdurige aanwezigheid van stresshormonen en insuline het lichaam kan weer leiden tot verhoogde vetafzetting in de buik.
  • Uit onderzoek blijkt dat sociale en economische factoren een verband hebben met obesitas. Zo kan het zijn dat wanneer jij je onveilig voelt in de buurt, je minder snel naar buiten gaat om te bewegen. Ook kan het zijn dat je nooit hebt geleerd hoe je moet koken of wat een gezond eetpatroon is. Het kan zijn dan je onvoldoende geld tot je beschikking hebt, waardoor je er misschien minder snel voor kiest om groente en fruit te kopen. Misschien bespaar je wel op sporten. Ook je sociale omgeving, vrienden, familie en werk, beïnvloeden wat jij dagelijks in je mond stopt.
  • Leeftijd
    Overgewicht en obesitas kunnen ontstaan op iedere leeftijd. Met het ouder worden veranderen hormonale processen in je lichaam. Vaak ontstaat er een minder actieve leefstijl. Beiden kunnen leiden tot verlies aan spiermassa. Dit gebeurt eigenlijk altijd bij het toenemen van de leeftijd.
  • Minder spiermassa leidt tot een lagere verbranding, waardoor je minder energie nodig hebt. Bovendien is het lastiger om gewicht te verliezen. Het is dus verstandig om met het toenemen in leeftijd beter op je voeding te letten en actief te blijven.
  • Zwangerschap
    Tijdens een zwangerschap neemt een vrouw in gewicht toe. Deze gewichtstoename is ook noodzakelijk voor de gezondheid van de baby en de moeder. Na de geboorte is het voor sommige vrouwen lastig om weer terug te komen op hun oude gewicht. Hierdoor kan het risico op overgewicht en obesitas op een later moment in het leven groter worden.
  • Stoppen met roken
    Stoppen met roken kan leiden tot gewichtstoename. Voor sommige ex-rokers kan de toename in het gewicht leiden tot obesitas, zeker wanneer zij voor het stoppen met roken al overgewicht hadden. Toch wegen de voordelen van het stoppen met roken op lange termijn op tegen het doorgaan met roken. Door jezelf te wegen kun je op tijd anders gaan eten en drinken als je in gewicht aankomt. Het is dus van belang dat wanneer je stopt met roken, je bewust wordt van je voedingspatroon.