Waarom afvallen zo moeilijk is: buikvet beïnvloedt het brein

Het lijkt wat vergezocht, maar dat is het niet: te dik zijn valt te vergelijken met het hebben van een griepje. In beide gevallen hebben de meeste mensen geen zin om te sporten, en dat heeft meer te maken met je hersenen dan je misschien denkt. ‘Ga gewoon sporten, denken we, beheers jezelf. Maar zo simpel blijkt het dus niet te zijn.’

Fotografie Annemiek Mommers/HH
9 tot 12 minuten leestijd / 14 minuten luistertijd

Klik op play om naar de voorgelezen versie van dit verhaal te luisteren. Geen enkel luisterverhaal of VN-podcast missen? Abonneer je dan op Vrij Nederland in SpotifyApple of Google Podcasts of een andere podcastapp naar keuze.

‘Als kind was ik er niet zo mee bezig, maar als ik nu foto’s terugkijk, zie ik het wel: ik was echt dik, op de basisschool al,’ zegt Tineke Jongsma (32) die in Almelo woont en bij de Belastingdienst werkt. ‘Thuis was weinig aandacht voor sport of gezonde voeding. Ik ben als kind weleens naar de diëtist geweest, maar het lukte niet die adviezen op te volgen. Ik kreeg ’s avonds toch weer een bakje chips bij de tv.’

Eenmaal op zichzelf ondernam Jongsma de afgelopen jaren talloze pogingen om af te vallen. ‘Ik schreef me in bij de sportschool en ging er vol goede moed heen. En nog eens. Maar de week daarop bracht ik het niet op en zo kwam de klad erin. Mijn abonnement liep nog maanden door, maar het pasje bleef ongebruikt in mijn portemonnee zitten.’ Met eten ging het net zo. ‘Een paar avonden lukte het de chips te laten staan, maar uitgeblust van een stressvolle dag, greep ik er weer naar. Daarmee verloor ik de moed en strandde de zoveelste afvalpoging.’

INZICHT IN BUIK EN BREIN

Overgewicht is ongezond en dus manen medici en overheid tot afvallen. Gezonder eten en meer bewegen, het is geen raketwetenschap. Maar doe het maar eens. Voor het eerst in de geschiedenis telt Nederland meer volwassenen mét dan zonder overgewicht. Ruim vijftig procent is te dik en vijftien procent obees, becijferde het CBS.

De laatste jaren wordt duidelijk dat een ongelukkige relatie tussen buik en brein bijdraagt aan die statistiek. Buikvet is geen passief weefsel maar blijkt de hersenen te beïnvloeden, uitgerekend op een manier die het extra moeilijk maakt de dingen te doen om van dat vet af te komen: te sporten en gezond te eten. Inzicht in die patstelling kan mensen helpen afvallen en hopelijk ook de verstrengeling van overgewicht en depressie doorbreken.

‘Anders dan de tijdelijke, lokale ontsteking door bijvoorbeeld een etterende wond, gaat het bij overvloedig vet om een ontsteking in het hele lijf.’

Een intrigerende – maar zeker niet de enige – route waarlangs vet brein en gedrag beïnvloedt, is via ontstekingen. Dat zit zo: in vetweefsel lukt het niet altijd om alle cellen van zuurstof en voeding te voorzien. Cellen sterven af en ontstekingscellen komen in actie om de resten op te ruimen. In reactie daarop trommelen de levende vetcellen nog meer ontstekingscellen op. Vooral vetcellen in de buikstreek zijn berucht om deze zichzelf versterkende dynamiek, waarbij ontstekingsstoffen uiteindelijk in de bloedbaan belanden.

‘Zo ontstaat een chronische, sluimerende ontsteking,’ zegt Esther Aarts, die de relatie tussen overgewicht en gedrag onderzoekt bij het Donders Instituut, een prestigieus hersenonderzoeksinstituut van de Radboud Universiteit in Nijmegen. ‘Anders dan de tijdelijke, lokale ontsteking door bijvoorbeeld een etterende wond, gaat het hierbij om een – vrijwel symptoomloze – ontsteking in het hele lijf.’

De ontsteking overbrugt helaas ook de vestingmuur van de hersenen. Microglia, de stofzuigercellen van het brein, komen in actie en daarin zit hem het venijn. De opruim-activiteit strooit namelijk zand in de raderen van de serotonine- en dopamineproductie. ‘Die signaalstoffen zijn nodig om welzijn en motivatie te ervaren,’ aldus Aarts. ‘Mensen met die sluimerende, chronische ontsteking gaan zich vaker suf en lethargisch voelen.’

Dat gebeurt niet bij iedereen. Naast de locatie van het vet speelt ook de gevoeligheid van het immuunsysteem een rol en die verschilt van persoon tot persoon. Bij zo’n vijftig procent van de mensen met obesitas is sprake van chronische verhoogde ontstekingsactiviteit.

DESTRUCTIEF ZIEKTEGEDRAG

Het dufmakend ontstekingsmechanisme komt niet uit de lucht vallen. Het is ingenieus afgestemd op de bestrijding van de meeste ontstekingsoorzaken. ‘De sluimerende ontsteking leidt tot een milde vorm van wat we sickness behavior, ziektegedrag, noemen,’ zegt Aarts. ‘Je voelt je lethargisch, hebt geen zin om iets te ondernemen en dus blijf je in bed of met een dekentje op de bank. Bij ziekte is dat nuttig, het lichaam kan al zijn energie steken in de strijd tegen indringende virussen of bacteriën. Maar voor de sluimerende ontsteking door overvloedig vet pakt ziektegedrag juist destructief uit, de lethargie leidt tot minder beweging en nog meer overgewicht.’

Vanuit evolutionair perspectief is dat onhandige mechanisme te begrijpen: de ‘luxe’ van ontsteking door buikvet is een noviteit, de menselijke evolutie voltrok zich goeddeels onder schaarse omstandigheden.

In het ziekenhuis wordt aan patiënten met overgewicht gerefereerd met de afkorting ‘DDD’; dikke, domme diabeet.

Wat deze vicieuze ontstekingscirkel nog weerbarstiger maakt, is dat naast de aanwezigheid van lichaamsvet ook het eten van dikmakend voedsel ontstekingen aanwakkert. Verzadigde vetten en snelle koolhydraten in bijvoorbeeld koek en chips zijn notoire ontstekingsbevorderaars [zie kader]. Bladgroenten, bessen en olijfolie remmen ontstekingsactiviteit juist.

Inzicht in de ondermijnende effecten van sluimerende ontsteking noopt tot meer begrip voor afvalperikelen. Dat is geen overbodige luxe, ziet Liesbeth van Rossum, hoogleraar overgewicht en stresshormonen bij het Erasmus Medisch Centrum. Met collega Mariëtte Boon schreef ze het boek Vet belangrijk, waarin onder meer te lezen is hoe collega’s in het ziekenhuis aan patiënten refereren met de afkorting ‘DDD’; dikke, domme diabeet.

LEES OOKEr is geen quick fix voor obesitas, zeggen deze vetwetenschappers16 april 2019‘Stereotypering van dikke mensen is alomtegenwoordig,’ zegt Van Rossum. ‘We associëren overgewicht met karakterzwakte, luiheid en domheid. Ga gewoon sporten, denken we, beheers jezelf. Maar zo simpel blijkt het dus niet te zijn. Ons vet communiceert met praktisch ieder ander orgaan in ons lichaam en bij obesitas raakt die communicatie uit balans. Dat maakt het moeilijk om op gezond gewicht te komen.’ Als oefening in begrip: beeld je een beginnend griepje in. Hoe geneigd ben je onder dat gesternte om in korte broek met gewichten en springtouw te gaan bootcampen in het park?

MEDICINALE AFVALTHERAPIE

Hoe dan wel? Moeten we massaal aan de ontstekingsremmers om van de lethargie af te komen en aan het sporten te slaan? Wellicht. ‘Sluimerende ontsteking door vetweefsel ondermijnt de productie van de dopamine die je nodig hebt om gemotiveerd en doelgericht te handelen,’ aldus Aarts. ‘Tijdelijke remming van die ontsteking zou mensen een zetje kunnen geven om door de eerste fase van eet- en beweegverandering te komen. En als eenmaal de eerste kilo’s eraf zijn en gezonde voeding de chronische ontstekingen verder indamt, kunnen mensen op eigen kracht verder.’ Dat is althans de theorie.

Aarts wil dit grootschalig toetsen en heeft daartoe een onderzoeksbeurs aangevraagd. Aarts: ‘Voordat duidelijk is of en hoe ontstekingsremmers de dopamineproductie precies beïnvloeden, wil ik niemand aanraden langdurig ibuprofen of aspirine te slikken. Ook vanwege het risico op maagbloedingen en hart- en vaatziekten.’

‘Nu ik moeder ben, voelt alles anders. Ik wil mijn kinderen meemaken, groot zien worden. Daarom wil ik gezonder worden.’

In afwachting van – of misschien wel in plaats van – medicinale afvaltherapie, kunnen ook heel andere factoren een zetje over de motivatiedrempel bieden. Het is niet zo dat mensen onder invloed van sluimerende ontsteking géén motivatie ervaren, er is alleen meer voor nodig om die op te wekken. In het geval van Jongsma: kinderen krijgen. ‘Nu ik moeder ben, voelt alles anders. Ik wil mijn kinderen meemaken, groot zien worden. Daarom wil ik gezonder worden. Negen maanden geleden werd mijn tweede kind geboren en toen ik de borstvoeding beëindigde, besloot ik er werk van te maken.’

Jongsma heeft geluk. In een poging de zorgkosten door overgewichtsziekten te beteugelen, is sinds dit jaar de ‘Gecombineerde Leefstijlinterventie’ opgenomen in de basisverzekering. Het is een afvaltraject van maar liefst twee jaar, dat onder begeleiding van een fysiotherapeut, gedragscoach en diëtist inzet op het aanwakkeren en koesteren van motivatie.

Verschillende zorgverleners bieden zo’n traject aan. Jongsma neemt deel aan een variant die Beweegkuur heet. Ze sport iedere woensdag en vrijdag met haar afvalgroep, onder toeziend oog van een fysiotherapeut. Aansluitend is een sessie bij de diëtist of gedragscoach die helpt bedenken hoe je voorgoed kunt omschakelen van chips naar komkommer – geen chips in huis halen, luidt het devies. Jongsma is net aan een nieuwe baan begonnen en dat vergt veel van haar. ‘Eerder had ik het niet opgebracht om na het werk nog naar de sportschool te gaan. Maar tot mijn verbazing doe ik dat nu wel. Dat komt door de groep, ik wil mijn afvalmaatjes niet in de steek laten.’

Wat ook helpt bij het aanzwengelen van motivatie: haalbare doelen stellen. ‘In de gewone sportschool lukte het me nooit om trots te zijn op wat ik kon, omdat de mensen om mij heen steevast veel meer konden. Maar iedereen in de afvalgroep vindt sporten moeilijk en weet dat het een prestatie is om tien kniebuigingen te maken. Die overwinningen vieren we samen.’

ATYPISCHE DEPRESSIE

Voor mensen met financiële middelen was een externe motivatiebron al voorhanden in de vorm van een personal trainer. Met programma’s als de Beweegkuur komt die hulp voor meer mensen binnen bereik. De verwachtingen zijn hooggespannen. In de ontwikkelfase slaagde ongeveer de helft van de deelnemers erin langdurig af te vallen. Het is geen ideale score, maar aanzienlijk beter dan de twee tot twintig procent van de mensen met obesitas die daar zonder Beweegkuur in slaagt.

Het doorbreken van belemmeringen om gezonder te leven kan ook soelaas bieden voor een deel van de mensen die met depressie kampen. Overgewicht en depressie zijn verbonden. Mensen die te dik zijn, ontwikkelen vaker een depressie en ook daarbij lijkt de ontwrichtende werking van sluimerende ontstekingen een rol te spelen.

Vooral als het gaat om de depressievariant die ‘atypische depressie’ wordt genoemd. Een atypische depressie is – verwarrend genoeg – vrij algemeen, ergens tussen de vijftien en veertig procent van de mensen met een depressieve stoornis heeft een atypische depressie. Belangrijke symptomen: excessief slapen en toch vermoeid zijn, sufheid, verhoogde eetlust en een zwaar gevoel in armen en benen. Kenmerken die sterk doen denken aan ziektegedrag, het terugtrekken met een dekentje op de bank. Bloedonderzoek bij mensen met zo’n depressie laat verhoogde ontstekingsactiviteit zien.

Die gegevens brachten hoogleraar psychiatrische epidemiologie Brenda Penninx op het idee dat gezonde, ontstekingsremmende voeding mensen met overgewicht zou kunnen behoeden voor het ontwikkelen van een depressie. Met collega’s rekruteerde ze maar liefst duizend dikke mensen die tegen een depressie aan zaten. Een deel van hen kreeg een jaar lang intensieve begeleiding bij het veranderen van hun beweeg- en eetpatroon in de hoop dat dat hen zou behoeden voor het ontwikkelen van een depressie. ‘Maar helaas,’ zegt Penninx na afloop van de studie. ‘Over het algemeen had de ingreep geen effect. De kans op depressie werd niet kleiner voor mensen die werden begeleid bij een leefstijlverandering.’

Therapietrouw is de achilleshiel van dit soort programma’s. ‘De doelgroep is moeilijk te motiveren.’

Tóch zag ze een bemoedigend patroon in haar resultaten. ‘Bij díe mensen die de interventie trouw volgden, die naar de bijeenkomsten kwamen en aangaven hun eetpatroon te veranderen, daalde de kans op het ontwikkelen van een depressie wel degelijk.’ Therapietrouw is de achilleshiel van dit soort programma’s. Penninx‘De doelgroep is moeilijk te motiveren. Alle deelnemers verklaarden voor aanvang de interventie een jaar te zullen volgen, toch deed slechts een deel dat. En waarschijnlijk is het zo dat degenen die de interventie het hardst nodig hebben, het moeilijkst zijn te betrekken en behouden.’

Wellicht biedt ook hier medicinale ontstekingsremming uitkomst. Ontstekingsremmers zorgen er bijvoorbeeld voor dat antidepressiva aanzienlijk effectiever werken als bestrijder van depressie, concludeerden wetenschappers die maar liefst 36 studies over dit onderwerp tegen het licht hielden.

NIET SIMPLISTISCH, MAAR HEEL WEZENLIJK

Het lijkt te mooi om waar te zijn, een simpele aspirine of gezond dieet tegen een psychische verstoring. Aarts bekijkt het van de andere kant. ‘Bedenk hoezeer ons dieet is veranderd in de afgelopen eeuw. Wie niet oplet, stopt zich ongemerkt vol met witbrood, bewerkt vlees en de geharde vetten in koekjes. Dat de producten die we in ons lichaam stoppen ingrijpen op wat er in ons lichaam en in onze beleving gebeurt, vind ik niet verwonderlijk. En daar op ingrijpen is niet simplistisch, maar heel wezenlijk.’

Inmiddels is Jongsma twee maanden bezig met haar Beweegkuur en heeft ze haar eerste doel bereikt, drie minuten hardlopen. ‘Tijdens het programma proberen we verschillende sporten uit om te ontdekken wat ons het meest ligt. Voor mij is dat rennen. Maar niet buiten. Alleen op de loopband binnen; zo lang niemand mij maar ziet.’ Jongsma hoopt haar driejarige dochter te behoeden voor dat negatieve lichaamsgevoel. Elke week gaat ze met haar naar peutergym. ‘Ik wil de cirkel van ongezonde patronen doorbreken. Als ik mijn dochter door de gymzaal zie rennen, ben ik trots. Ze heeft plezier. Dat wil ik stimuleren, misschien kunnen we over een paar jaar wel samen hardlopen.’

FASTFOOD VOEDT ONTSTEKINGEN

Niet alleen buikvet wakkert sluimerende ontstekingen aan, ook voeding an sich speelt een rol, zo blijkt onder meer uit onderzoek op dieren. Wetenschappers van de University of California zetten muizen op het knaagdierequivalent van een fastfood-dieet. Onder invloed van dat ongezonde voer gingen de dieren meer eten en minder bewegen dan soortgenoten die gezonde voeding kregen. Dat was niet te wijten aan een toename aan lichaamsvet, want de eetlust en passiviteit namen al bij aanvang van het experiment een vlucht, toen de twee muizengroepen nog op hetzelfde gewicht zaten.

Om de invloed van ontstekingscellen in het brein te destilleren, onderdrukten ze die stofzuigercellen in een vervolgexperiment. Acuut gingen de fastfood-muizen meer bewegen en minder eten. Ze kwamen veertig procent minder aan dan soortgenoten bij wie de ontstekingsreacties in het brein op hun beloop werden gelaten. Andersom: op een gezond dieet, maar mét medicinale stimulatie van de ontstekingscellen, gingen muizen juist meer eten en minder bewegen. Bij mensen zijn in minder invasieve experimenten aanwijzingen gevonden voor vergelijkbare mechanismen.

Dat hoogcalorisch voedsel via ontstekingen de eetlust aanjaagt, beschouwen de Californische wetenschappers als een uitgekiend evolutionair trucje uit tijden dat er geen chips, ontbijtkoek en energiedrank voor het grijpen lag in de stationskiosk. Het betekent namelijk dat mensen lekker bunkeren op de zeldzame momenten energierijk eten beschikbaar was, er een flink zwijn was gevangen bijvoorbeeld.

‘Mensen die aanleg hebben voor overeten, zouden in andere tijden misschien wel het meest gezond zijn geweest,’ zegt Esther Aarts van het Donders Instituut in Nijmegen. ‘Maar bij de huidige overvloed en toegankelijkheid van ongezond, hoogcalorisch voedsel, zet die aanleg een ontwrichtend proces in gang, waarbij het steeds moeilijker wordt eet- en beweegpatronen te veranderen.’

ONTSTEKINGSREMMEND DIEET

Wie zich een ontstekingsremmend voedingspatroon eigen wil maken, geeft Harvard Medical School het volgende advies.

Eet veel:

  • tomaten
  • olijfolie
  • groene bladgroenten
  • noten
  • vette vis
  • bessen en citrusfruit

Mijdt:

  • snelle koolhydraten
  • gefrituurd voedsel
  • bewerkt vlees als worstjes en hotdogs
  • frisdrank
  • margarine en andere geharde vetten

%s